Deel drie

De creatieve industrie,
een serieuze business

In Vlaanderen werken 125.000 mensen in de creatieve industrieën. Volgens een recente studie van consultancy bedrijf EY is de creatieve industrie de derde grootste werkgever in Europa. De vraag is niet langer of het de moeite is om te investeren in deze sector. De vraag is wat het ons zal kosten als we dat niet doen.

“Nog altijd hoor ik af en toe schampere opmerkingen over de creatieve industrieën bij ons. De teneur is dat het niet te serieus moet genomen worden. Want bestaat die sector niet uit mensen die tijd te veel hebben en op hun zolder juwelen of schilderijen maken?” Pascal Cools, directeur van Flanders DC, zucht. “Wel, in september vorig jaar werd Minecraft, een spelletje _ en gaming maakt deel uit van de creatieve industrie _, voor 2,5 miljard dollar aan Microsoft verkocht. Een paar jaar geleden is Volvo verkocht voor 1,6 miljard dollar.”

“Dit voorbeeld maakt duidelijk dat we in Europa getuige zijn van een verschuiving van industriële waardecreatie naar creatieve waardecreatie,” aldus Carlo Vuijlsteke, projectleider Creatieve Industrie bij Flanders DC.

Een dynamisch imago

De creatieve industrieën helpen regio’s vooruit. Ze vormen de toekomst door nu te zorgen voor een bloeiend creatief en cultureel klimaat, wat een maatschappelijke meerwaarde biedt. Het dynamisch imago dat een regio daarmee verwerft, trekt internationale projecten aan. Maar de creatieve industrieën leveren ook een rechtstreekse, becijferbare bijdrage aan onze economie: in Vlaanderen zijn ze goed voor een toegevoegde waarde van 7 miljard euro. Daarnaast is er voor de creatieve industrieën ook een rol weggelegd buiten de eigen sector, in de kruisbestuiving met andere sectoren. Lees hierover deel 2 van deze reeks: Samenwerken loont. Op weg naar de inspiratie-economie.

Isolde Lasoen

De Vlaamse cijfers

Cijfers uit de recente impactstudie "Creatieve Industrieën in Vlaanderen" van het Flanders DC Kenniscentrum aan Antwerp Management School tonen aan dat deze sectoren in 2010 goed waren voor meer dan 125.000 jobs en 3 procent van de Vlaamse economie vertegenwoordigden.

In vergelijking met cijfers uit 2008 (de eerste impactstudie) tekenen zich 2 globale tendensen af: in de creatieve industrieën is er een stijging van het aantal zelfstandigen (met 2 procent), het aantal werkgevers (met 5 procent) en het aantal werknemers (met 6 procent). Tegelijk is er een daling van de omzet (met 5 procent) en van de toegevoegde waarde (met 2 procent). Hierbij moet zeker de kanttekening geplaatst worden dat de periode 2008-2010 middenin de financiële crisis valt waarbij de hele economie een terugval kende.

Acteur, regisseur, auteur Tom Van Dyck kwam tijdens Creative Ville (november 2013) spreken over ondernemerschap in de creatieve sector.

De snelle conclusie _ minder opbrengsten worden verdeeld onder meer spelers _ moet echter genuanceerd worden. De impactstudie licht de creatieve industrieën in detail door en brengt de 12 deelsectoren (architectuur, audiovisuele sector, beeldende kunsten, design, erfgoed, gaming, geschreven media, mode, muziek, nieuwe media, podiumkunsten en reclame&communicatie) onder in 3 clusters. Dat toont een genuanceerder beeld en enkele trends. De eerste cluster kunsten (podium- en beeldende kunst) en cultureel erfgoed toont over de hele lijn een stijging van zowel werkgelegenheid als opbrengsten. De belangrijkste trend hier is de opkomst van bedrijven die commercieel zakelijke ondersteuning bieden aan artiesten uit de podiumkunsten en beeldende kunsten.

De tweede cluster is de media- en entertainmentindustrie (geschreven media, audiovisuele sector, muziekindustrie en gaming). Deze cluster vertoont een algemene daling. De toenemende digitalisering heeft duidelijk invloed. In de gaming industrie werkt dat positief, maar elders krijgen vooral ondersteunende schakels het moeilijk (videotheken, drukkerijen, distributeurs, retail van kranten en tijdschriften).

De derde cluster draait rond creatief zakelijke dienstverlening (communicatie en reclame, architectuur, design en mode). Hier is het beeld gemengd: meer mensen werken in die sector, maar omzet en toegevoegde waarde dalen. Design kent wel een grote groei op alle vlakken. De toename van het aantal spelers in de creatieve industrieën bij een licht dalende toegevoegde waarde, ligt in het verlengde van de eerdere vaststelling dat deze sector gekenmerkt wordt door een meerderheid kleine tot zeer kleine ondernemingen en maar een paar grote bedrijven.

Deze vaststelling steunt Flanders DC in de opvatting dat het stimuleren van ondernemerschap en van professionalisering tout court, een absolute noodzaak is in de creatieve industrieën.

Creatief en ondernemend, een aparte cocktail

In de rand van het Creativity World Forum in Kortrijk, werd in november door Vlaanderen en Noord-Brabant, regio’s die in 2014 gelauwerd werden als meest ondernemende regio’s in Europa, voor beleidsmakers een workshop georganiseerd om meer ondernemerschap in de creatieve industrieën te stimuleren. Heel wat Europese regio’s hebben ondertussen het potentieel van deze sector ontdekt en zijn nu naarstig op zoek naar manieren om die ontwikkeling te ondersteunen en te versnellen.

Een Generation Creatives workshop tijdens #cwf14.

Voor organisatoren Agentschap Ondernemen en Flanders DC was het uitgangspunt duidelijk: wie actief is in de creatieve industrieën moet op een andere manier benaderd worden dan een doorsnee ondernemer.

“Je ziet in deze sector dat inkomsten vaak in de eerste plaats bestemd zijn voor de financiering van nieuwe creatieve projecten en dat winstmaximalisatie vaak daaraan ondergeschikt is. Het reguliere discours van marktlogica spreekt deze doelgroep minder aan.”
Carlo Vuijlsteke, projectleider Creatieve Industrie bij Flanders DC

Toch is een basis aan ondernemerschap zeer noodzakelijk. Niet alleen is de creatieve sector een hypercompetitieve omgeving (je moet de ‘beste’ zijn), tegelijk is het een zeer dynamische sector wat tal van uitdagingen met zich meebrengt: internet bracht disruptie in het distributieproces en de digitale ontwikkelingen vergen aangepaste businessmodellen. Daarnaast staan creatieve ondernemingen vaak voor een hoogst onvoorspelbare vraag. Marktonderzoek op voorhand is meestal zinloos.

"Opvallend is ook het fenomeen van de missing middle," vertelt Carlo Vuijlsteke. “In sommige creatieve sectoren heb je een beperkt aantal grote spelers en dan een overvloed aan mini-ondernemingen. En het statuut van ‘makers’ (kunstenaar, ontwerper,…) is vaak precair en onstabiel. Het is heel duidelijk dat deze sector zakelijke ondersteuning nodig heeft.”

Goed begonnen is half gewonnen

Om ondernemen in de creatieve industrieën aan te moedigen en te ondersteunen start Flanders DC bij het begin: met Generation Creatives werd een platform gecreëerd dat starten in die sector aanmoedigt en vergemakkelijkt. Het platform biedt een netwerk van coaches en dienstverleners voor starters en pre-starters in de sector. Naast een portaalsite staan ook geregeld info- en netwerkavonden op het programma. Want leren van andere creatieve ondernemers en van gespecialiseerde coaches biedt absoluut een competitief voordeel.

Brandstof voor de mode

Het Flanders Fashion Institute (FFI), dat deel uitmaakt van Flanders DC, houdt zich vanuit Antwerpen specifiek met één sector uit de creatieve industrie bezig: mode. Informeren, coachen en promoten van zowel beginnende ontwerpers als meer mature labels behoort tot het takenpakket. Geen overbodige luxe. Belgische mode staat internationaal hoog aangeschreven, maar die terechte reputatie betekent nog niet dat ondernemen in de modesector gemakkelijk is.

Dit jaar lanceerde het Flanders Fashion Institute, naast de verschillende coaching- en infosessies ook ‘Fashion Fuel’, een programma waarin vier beloftevolle ontwerpers met een commercieel potentieel, een structurele duw in de rug krijgen: door intensieve coaching en door financiële ondersteuning. Voor Flanders Fashion Fuel werd geselecteerd op het creatieve DNA van de ontwerper, maar evenzeer op het businessplan.

“De modesector heeft een aantal typische kenmerken die ondernemen moeilijker maken. Het helse seizoenritme met minstens 2 collecties per jaar en de grote mate van prefinanciering die door leveranciers gevraagd wordt aan ontwerpers.”
Ann Claes, projectleider bij FFI

De creatieve stad

In een economie waar inspiratie en netwerken centraal staan en waar het belangrijk is om je als sector te laten zien, hebben conferenties als Creative Ville en Fashion Talks hun waarde al bewezen. Met een plenair programma en in de rand verschillende workshops, bieden deze events inspiratie rond ondernemen in de creatieve sector. Zoals eerder al vermeld, tonen studies aan dat leren van elkaar het beste werkt in de creatieve industrieën.

“Tijdens Creative Ville dat dit jaar in juni georganiseerd wordt, brengen we weer de hele sector bijeen en ook dat is belangrijk om in een versnipperde sector samenwerking te creëren,” bevestigt Carlo Vuijlsteke.

“Bij het FFI ervaren we in de coaching gesprekken dat startende modeontwerpers onvoldoende geïnformeerd zijn over de wereld waarin ze aan de slag gaan,” vertelt Ann Claes. “Het uitwisselen van informatie tussen ontwerpers en mode-ondernemers en ook ondernemers uit andere sectoren is noodzakelijk. De Fashion Talks speelden op die behoefte in.”

Antwerpen wordt steevast opgenomen in het rijtje van de belangrijke modesteden als Londen, Parijs, New York en Milaan. De modeacademie in Antwerpen heeft een wereldfaam en al in de jaren 80 zetten de Zes van Antwerpen de Antwerpse mode op de wereldkaart. “Dat is een ander aspect van een conferentie als Fashion Talks waar we internationale namen een podium geven,” aldus Ann Claes. “Het is belangrijk om van hieruit een krachtig signaal naar de internationale modewereld te sturen en het sterk merk Vlaamse mode te behouden.”

onze aanbevelingen VOOR HET BELEID

STIMULEER EN BEGELEID ondernemerschap in de creatieve industrieën.

ZET IN OP KRUISBESTUIVING tussen de 'traditionele' en creatieve industrieën.

Schrijf je in op de nieuwsbrief en we laten je weten wanneer de volgende delen van het Flanders DC jaarrapport online zijn.